Gedachten op 4 mei

Kees Huls: Op 4 mei om 20.00 zal ik aan mijn vader denken

(c) Eigen foto

Eigenlijk denk ik aan mijn vader (Henri) én mijn moeder (Lia). Die het grootste gedeelte van hun leven hebben geleden onder de gevolgen van de arrestatie en het verblijf van mijn vader in kampen in Duitsland van 1942- 1945. Ook aan mij en mijn zusje is dit niet voorbijgegaan. Eigenlijk hebben wij 50 jaar lang geen contact met hem kunnen krijgen. Gelukkig wel een een verhaal met een happy end.

 

Door Kees Huls

Kees

Onze Lieve Vrouwe basiliek Zwolle 1942

Net voor Pasen 1942 werd mijn vader door de Duitsers opgepakt in deze kerk. Voor zover ons bekend werd hij samen met 4 anderen opgepakt voor verzetsactiviteiten en opgesloten in het Huis van Bewaring in Zwolle (Nu *** De Librije). Er werd altijd gedacht dat ze illegale krantjes hadden uitgegeven en daarvoor veroordeeld werden. Vervolgens werd hij afgevoerd naar Duitsland waar hij in verschillende kampen gezeten heeft. Welke heeft hij nooit willen vertellen. Zij waren de eerste verzetsstrijders die in Zwolle opgepakt werden. Dat is waarschijnlijk hun geluk geweest, want later werd er korte metten gemaakt met dergelijke subversieve elementen. Alle 5 hebben het overleefd. Hij is bevrijd door de Russen en overgedragen aan de Engelsen, waarvoor hij nog enkele maanden getolkt heeft omdat hij goed Engels en Duits sprak. In september 1945 is hij teruggekomen in Zwolle.

Getrouwd 1947

Voor de oorlog was hij al verloofd met mijn moeder die in Soesterberg woonde. Op 12 november 1947 zijn ze getrouwd en en zoals het keurige katholieken betaamde werd ik in maart 1949 geboren en mijn zusje in april 1950. Daar bleef het bij. Voor de pastoor niet genoeg, maar het was niet anders….

Doorsnee familie

Wij waren een keurig degelijk gezin, mijn vader een redelijk rechtse zakenman, mijn moeder een stuk vooruitstrevender. Zij werkte zelfs halve dagen op de bibliotheek, nogal ongebruikelijk in die dagen. Mijn vader was een rustige man, die heel graag een jenevertje lustte. Gemiddeld een halve liter per dag. Hij werd daar nooit vervelend van, maar hij sloot zich wel af. Wij wisten niet beter. Wel kon hij, eigenlijk ongewoon voor hem, ontzettend kwaad worden op Duitsers om onnozele dingen. Wij woonden aan een invalsweg van Amersfoort, waar hij altijd vragende Duitsers consequent de verkeerde op stuurde. Hij werkte bij Pon, importeur van Volkswagen en Continental Rubber. Op een gegeven moment in de vijftiger jaren moest hij een afspraak voor de gebroeders Pon maken met de directeur van Continental, Herr Doktor Georg von Opel. Deze stelde 10 mei voor, waarop mijn vader antwoordde “Als u deze keer maar wel alleen komt.” Dat gaf nogal herrie in de tent en Von Opel eiste dat mijn vader ontslagen zou worden. Dit werd door de gebrs. Pon geweigerd. Hierdoor heeft mijn vader, die verantwoordelijk was voor Continental, Von Opel echter nooit de hand geschud. Over de oorlog praten wilde hij nooit.

Tijd van de dodenherdenking

Zo vanaf Koninginnedag konden we wel merken dat de Oude Vos, zoals wij hem noemden heel gespannen werd en konden we hem maar beter met rust laten. Uiteraard werd altijd de vlag halfstok uitgehangen op 4 mei, maar vreemd genoeg weigerde hij bevrijdingsdag te vieren. De vlag werd dan altijd opgerold bij de voordeur gezet als een soort demonstratie. De belangrijkste reden daarvoor was dat hij altijd erg kwaad is geweest omdat de vreselijk belangrijke rol van Rusland in onze bevrijding door alle NAVO landen verzwegen werd, terwijl zij er als eersten in slaagden de Duitsers bij Stalingrad terug te slaan en te drijven. Dit was het keerpunt in de oorlog. En met vele malen meer civiele en militaire slachtoffers dan welk ander geallieerd ook. Ook werd hij door de Russen bevrijd, zoals vrijwel alle landgenoten die in de concentratiekampen zaten. Ik heb hem op zijn sterfbed beloofd hier aandacht voor te blijven vragen.

Scheiding

In november 1997 waren ze 50 jaar getrouwd en hebben we een groot feest gehad. Een maand later stond mijn moeder met een koffer bij mij op de stoep en zei: “Ik ga van hem af.” Ze wilde niet meer verder leven met een man waarmee ze amper interactie had, die helemaal in zichzelf opgesloten zat. Zij is toen naar een soort rusthuis gegaan waar ze psychologische bijstand kreeg. Mijn vader is naar het Militair Hospitaal in Utrecht gegaan, waar hij ook onder psychologische toezicht kwam en ook van de drank werd afgeholpen. Hier kwam er na 50 jaar eindelijk uit, wat hem altijd dwars gezeten heeft. In tegenstelling tot wat wij altijd dachten waren de activiteiten van hun verzetsgroep niet alleen illegale kranten drukken en zo. Zij verzorgden ook 9 Joodse onderduikers. Één van hen sloeg alle veiligheidsmaatregelen in de wind en ging steeds naar buiten en bracht hiermee zijn mede- onderduikers, maar ook de verzetsgroep in gevaar. Zij hebben toen besloten deze man te executeren. Dit heeft dus altijd aan hem gevreten en was de oorzaak van alle ellende. In juli 1998 zijn ze weer samen gaan leven.

Eind goed, al goed

Uiteindelijk hebben ze toen nog 10 jaar een prachtige tijd gehad samen. Mijn vader was totaal veranderd. Hij zwoor het geloof af, terwijl hij volgens mij de laatste katholiek was die nog ging biechten. Hij ging in het bestuur van de bejaardenbond van de “rooie” FNV. Hij stopte met roken. Hij ging heel actief meedraaien in de telefonische hulpdiensten van een soort AA en werd heel erg behulpzaam in de huishouding. Zo behulpzaam, dat mijn moeder  wel eens verzuchtte “Soms wil ik dat hij weer gaat drinken.” Maar dat was haar specifieke humor. Mijn vader is uiteindelijk 87 geworden en mijn moeder 92 en ze keken allebei terug op een fijn leven, vooral die laatste 10 jaar samen!

Erfenis

De enige “erfenis” die ik heb van mijn vader is ervoor te zorgen dat de rol van Rusland in onze vieringen van de bevrijding prominenter wordt. Samen met Lenka Pitrmanova van de SP ben ik daar mee bezig,maar voor het 2e jaar al moeilijk vanwege Corona.

 

© SP

 

Voeg reactie toe

Klik hier om een reactie achter te laten